ECLI:NL:RBZWB:2021:6715
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen beëindiging WIA-uitkering niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken machtiging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om de WIA-uitkering te beëindigen. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld omdat het kennelijk niet-ontvankelijk was.
De rechtbank stelt vast dat eiser het griffierecht van €49,- niet binnen de gestelde termijn heeft betaald, ondanks meerdere aanmaningen per gewone en aangetekende brief. Er is geen verontschuldiging voor dit verzuim gegeven. Daarnaast heeft de gemachtigde van eiser geen machtiging overgelegd om namens eiser het beroep in te stellen, ondanks een verzoek daartoe van de rechtbank. Ook hiervoor is geen verontschuldiging gegeven.
Op grond van artikel 8:41 Awb Pro en artikel 8:24 Awb Pro verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande en griffier M.R. Jouvenaar op 29 december 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de WIA-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en ontbreken van een machtiging.