ECLI:NL:RBZWB:2021:6715

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 december 2021
Publicatiedatum
30 december 2021
Zaaknummer
AWB- 21_4199
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:24 AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen beëindiging WIA-uitkering niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken machtiging

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om de WIA-uitkering te beëindigen. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld omdat het kennelijk niet-ontvankelijk was.

De rechtbank stelt vast dat eiser het griffierecht van €49,- niet binnen de gestelde termijn heeft betaald, ondanks meerdere aanmaningen per gewone en aangetekende brief. Er is geen verontschuldiging voor dit verzuim gegeven. Daarnaast heeft de gemachtigde van eiser geen machtiging overgelegd om namens eiser het beroep in te stellen, ondanks een verzoek daartoe van de rechtbank. Ook hiervoor is geen verontschuldiging gegeven.

Op grond van artikel 8:41 Awb Pro en artikel 8:24 Awb Pro verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande en griffier M.R. Jouvenaar op 29 december 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de WIA-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en ontbreken van een machtiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/4199

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 december 2021 in de zaak tussen

[naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser

(gemachtigde: mr. A.A. Stoop-Klaassen),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 18 augustus 2021 (het bestreden besluit), inzake de beëindiging van de WIA-uitkering, beroep ingesteld.

Overwegingen

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 49,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
De griffier heeft eerst bij gewone brief en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 5 november 2021 eiser in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van zowel de eerste als de tweede (aangetekende) brief.
Eiser heeft het griffierecht niet (op tijd) betaald.
Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Daarnaast moet iemand die namens een ander beroep instelt op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
De (beweerdelijk) gemachtigde heeft bij het beroepschrift geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat zij gemachtigd is beroep in te stellen namens eiser. De rechtbank heeft de gemachtigde bij brief van 5 oktober 2021 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen.
De gemachtigde heeft binnen die termijn geen machtiging ingediend.
De gemachtigde heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 29 december 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.