ECLI:NL:RBZWB:2021:6716

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 december 2021
Publicatiedatum
30 december 2021
Zaaknummer
AWB- 21_4324
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht bij aanvraag scootmobiel

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg inzake de aanvraag van een scootmobiel. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk bleek.

De reden voor niet-ontvankelijkheid is het niet tijdig betalen van het griffierecht van €49,-, zoals vereist op grond van artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De griffier heeft eiser meerdere malen, zowel per gewone als aangetekende brief, in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen vier weken te voldoen. Eiser heeft hieraan geen gehoor gegeven en geen verontschuldiging voor het verzuim aangevoerd.

De rechtbank concludeert daarom dat het beroep niet-ontvankelijk is en verklaart het beroep als zodanig. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande en griffier M.R. Jouvenaar op 29 december 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een verzetschrift in te dienen, waarin hij kan aangeven waarom hij het niet eens is met deze beslissing en eventueel een zitting kan verzoeken.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/4324

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 december 2021 in de zaak tussen

[naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 23 september 2021 (het bestreden besluit), inzake de aanvraag van een scootmobiel, beroep ingesteld.

Overwegingen

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 49,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
De griffier heeft eerst bij gewone brief en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 11 november 2021 eiser in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van zowel de eerste brief als de tweede (aangetekende) brief.
Eiser heeft het griffierecht niet (op tijd) betaald.
Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 29 december 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.