ECLI:NL:RBZWB:2021:6721
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening tegen niet tijdig besluit WMO-woonvoorziening
Eiseres diende op 5 juni 2020 een aanvraag in voor een woonvoorziening (schuifdeur) op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (WMO). Na het uitblijven van een onderzoeksverslag stelde zij verweerder op 20 juni 2020 in gebreke. Op 8 juli 2020 diende zij een nieuwe aanvraag in, waarop verweerder op 13 juli 2020 besloot. Tijdens de procedure bleek dat de oorspronkelijke aanvraag van 5 juni 2020 niet correct was verwerkt.
Eiseres stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van 5 juni 2020, maar deed dit ruim 15 maanden na de ingebrekestelling. De rechtbank oordeelde dat eiseres bewust had gekozen om in een eerdere procedure (zaaknummer BRE 20/9971) geen beroep in te stellen tegen het niet tijdig beslissen, maar dit onderwerp had meegenomen in het bezwaar tegen het besluit van 13 juli 2020.
De rechtbank concludeerde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen onredelijk laat was ingediend en daarom niet-ontvankelijk was. De toelichting van eiseres dat zij pas later besefte dat het onderwerp niet in de andere procedure werd meegenomen, maakte dit oordeel niet anders. Het beroep werd derhalve afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de WMO-aanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.