Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding met producties;
- de pleitnota van mr. van der Borst;
- de pleitnota van mr. Hansma.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen zijn gescheiden en hebben een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin de woning met bedrijfsopstallen aan de man werd toegewezen onder voorwaarde van ontslag van de vrouw uit hoofdelijke aansprakelijkheid voor hypothecaire leningen. Bij gebrek aan ontslag zou verkoop plaatsvinden. De vrouw vordert machtiging om namens de man te verkopen en betaling van hypothecaire schulden uit de verkoopopbrengst, alsmede ontruiming van de woning door de man.
De man weigert de koopovereenkomst te ondertekenen en wil slechts gedeeltelijke verkoop vanwege zijn inkomsten uit de bedrijfsruimte en zijn arbeidsongeschiktheid. Hij verzoekt aanhouding van het kort geding om nieuwe kopers te vinden en afspraken te maken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw een spoedeisend belang heeft vanwege de vaststellingsovereenkomst en de deels getekende koopovereenkomst. De man dient zijn verplichtingen na te komen en volledige medewerking te verlenen. De vorderingen tot machtiging verkoop en betaling hypothecaire schulden worden toegewezen. De man wordt veroordeeld tot ontruiming binnen vier weken na betekening, maar de gevorderde machtiging tot inzet van de sterke arm wordt afgewezen als overbodig.
De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Vrouw wordt gemachtigd om namens man te verkopen en man wordt veroordeeld tot ontruiming binnen vier weken na betekening vonnis.