ECLI:NL:RBZWB:2021:6913
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- M.D.E. Leppens
- Idzenga
- Wouters
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verlenging afkoelingsperiode en aanwijzing observator in WHOA-procedure
Verzoekers, bestaande uit een commanditaire vennootschap en een natuurlijk persoon, hebben een verzoek ingediend tot verlenging van de afkoelingsperiode in het kader van een besloten akkoordprocedure buiten faillissement (WHOA). De rechtbank heeft eerder een afkoelingsperiode van twee maanden toegekend, lopende tot 24 mei 2021.
Verzoekers hebben onderbouwd dat zij belangrijke voortgang hebben geboekt in het opstellen van de benodigde stukken en het overleg met crediteuren, waaronder het toezenden van een aangepast akkoord en toelichting. Een schuldeiser heeft bezwaar gemaakt tegen verlenging, stellende dat er sprake is van verduistering van vermogen en onvoldoende openheid van zaken.
De rechtbank oordeelt dat niet is voldaan aan de cumulatieve voorwaarden die verlenging kunnen verhinderen en dat verzoekers aannemelijk hebben gemaakt dat er belangrijke voortgang is geboekt. De bezwaren van de schuldeiser zijn onvoldoende onderbouwd. Daarom wordt de afkoelingsperiode met twee maanden verlengd.
Vanwege de zorgen over de vermogenspositie van verzoekers en mogelijke risico's voor schuldeisers wordt een observator benoemd. De kosten hiervan komen voor rekening van verzoekers. De rechtbank wijst het verzoek toe en wijst af wat meer of anders is verzocht.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de afkoelingsperiode met twee maanden en wijst een observator aan ter bescherming van schuldeisersbelangen.