De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek in een echtscheidingsprocedure waarbij het hoofdverblijf en de contactregeling van twee minderjarige kinderen centraal stonden. De ouders zijn in conflict over de opvoeding en communicatie, waarbij de vader het hoofdverblijf wenst en de moeder co-ouderschap prefereert. De kinderen zijn onder toezicht gesteld vanwege zorgen over hun welzijn.
De rechtbank constateerde dat de vader weliswaar structuur biedt en de primaire opvoeder is, maar dat zijn rigoureuze opvoedstijl de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen beperkt. De vader weigert hulpverlening, terwijl de moeder en jeugdzorgwerker het belang van ondersteuning benadrukken. De Raad voor de Kinderbescherming signaleert dat de kinderen lijden onder de situatie en dat duidelijke afspraken noodzakelijk zijn.
Gezien de belangen van de kinderen en de ouders bepaalt de rechtbank het hoofdverblijf bij de vader. Er wordt een strikte contactregeling vastgesteld waarbij de moeder recht heeft op contact één weekend per twee weken en de helft van de vakanties, met een dwangsom van €1.000 per dag bij niet-nakoming door de vader. Daarnaast is er wekelijks contact op woensdagmiddag zonder dwangsom. De rechtbank wijst verzoeken tot bijzondere curator en tussenpersoon af en benadrukt dat het aan de ouders is om loyaal samen te werken in het belang van de kinderen.