Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Basic Fit Nederland B.V.,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Basic Fit Nederland B.V. had aanvankelijk betaling gevorderd van een bedrag van €152,84 vermeerderd met rente en kosten tegen [gedaagde]. Tijdens de procedure heeft Basic Fit aangegeven de vordering niet langer te willen handhaven en verzocht om doorhaling van de procedure. [gedaagde] verzette zich niet tegen de doorhaling, maar vorderde een integrale proceskostenveroordeling wegens vermeend misbruik van procesrecht.
De kantonrechter oordeelde dat op grond van artikel 246 Rv Pro de zaak op verzoek van partijen kan worden doorgehaald en aangezien [gedaagde] geen verweer voerde tegen de doorhaling, werd het verzoek toegewezen. Ten aanzien van de proceskostenveroordeling stelde de rechter dat alleen bij buitengewone omstandigheden, zoals misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen, toewijzing mogelijk is. Dit vergt dat de vordering evident ongegrond is en de eiser dit kende of behoorde te kennen.
De rechtbank stelde vast dat onvoldoende is gebleken van dergelijke buitengewone omstandigheden. Er was geen schending van de waarheidsplicht (art. 21 Rv Pro) of substantiëringsplicht (art. 111 lid 3 Rv Pro) die tot een proceskostenveroordeling zou leiden. De gevorderde werkelijke proceskosten werden daarom afgewezen en de kosten werden vastgesteld op het gebruikelijke liquidatietarief van €55,50. Het vonnis verklaarde dat Basic Fit haar vordering niet langer handhaaft en wees de overige vorderingen af.
Uitkomst: De procedure is doorgehaald en de gevorderde veroordeling in werkelijke proceskosten is afgewezen.