Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[eiseres],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres, een vennootschap onder firma, vordert betaling van standplaatskosten en bijkomende kosten van gedaagde, voortvloeiend uit een mondelinge overeenkomst over een standplaatsperiode van 31 december 2019 tot 11 januari 2020. De factuur vermeldde diverse kostenposten, waaronder stroomverbruik, stalling, toeristenbelasting en plaatskosten tegen het zomertarief.
Gedaagde erkent de betalingsverplichting maar betwist de hoogte van de kosten, stellende dat het wintertarief was afgesproken en dat hij een aanbetaling van € 50,00 contant had gedaan. Tevens voert hij aan niet regelmatig aanmaningen te hebben ontvangen en nog een correcte rekening af te wachten.
De kantonrechter oordeelt dat eiseres voldoende heeft onderbouwd dat het wintertarief correct is toegepast en dat gedaagde zijn verweer omtrent de aanbetaling onvoldoende heeft bewezen. De vordering tot betaling van de hoofdsom van € 130,30 wordt daarom toegewezen. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00 en wettelijke rente vanaf de dagvaarding toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van € 284,85. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van standplaatskosten, incassokosten en wettelijke rente, en in de proceskosten.