Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- de aan GGD betekende dagvaarding van 8 januari 2021 met producties 1 t/m 10;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst dan wel voeging van de zijde van Canon;
- de brief van mr. Van Heijningen van 27 januari 2021 met producties 11 (dagvaarding met daarin onleesbaar gemaakte delen), 12 en 13;
- de brief van mr. Rassa van 27 januari 2021 met productie 1;
- de brieven van mr. Van Heijningen van 27 januari 2021 aan mrs. Rassa en mr. Fanoy;
- het faxbericht van de voorzieningenrechter van 28 januari 2021 aan de advocaten van partijen;
- de brief van mr. Van Heijningen van 29 januari 2021 met producties 14 en 15;
- de conclusie van antwoord van de zijde van GGD met producties 1 t/m 3;
- de mondelinge behandeling op 2 februari 2021;
- de conclusie van antwoord voeging en tussenkomst van de zijde van Consultek;
- de pleitnota van Consultek en de akte wijziging van eis;
- de pleitnota van mr. Rassa;
- de pleitnota van mr. Fanoy.
2.De feiten.
3.Het geschil.
I Consultek niet ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans deze af te wijzen;
II GGD te verbieden de opdracht aan een andere partij dan Canon te gunnen;
subsidiair:
Indien Consultek ontvankelijk is in haar vorderingen én een vordering van Consultek wordt toegewezen: GGD te gebieden over te gaan tot herbeoordeling;
in alle gevallen:
III Consultek te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente
IV Consultek te veroordelen in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
(3) de tweede gunningsbeslissing bevat niet, althans onvoldoende, de kenmerken en relatieve voordelen van de winnaar (Canon). De tweede gunningsbeslissing voldoet daardoor niet aan de eisen die daaraan gesteld worden in artikel 2.130 Aw 2012, de vingerende jurisprudentie en de adviezen van de Commissie voor Aanbestedingsexperts.
4.De beoordeling
herbeoordeling en aanvullen motivering
“Op voorhand wordt nog opgemerkt dat Opdrachtgever, anders dan u stelt in de reeds uitgebrachte dagvaarding, niet in strijd met de eigen aanbestedingsstukken een relatieve beoordelingsmethode heeft toegepast“niet kan worden afgeleid dat GGD erkent een relatieve beoordeling te hebben toegepast. Indien en voor zover voormelde zin onduidelijk was voor Consultek heeft zij deze niet als een erkenning kunnen opvatten, nu GGD vervolgens in dezelfde alinea schrijft:
“De beoordelingscommissie heeft de inschrijvingen niet dusdanig beoordeeld dat de score die aan één inschrijving is toegekend bepalend wordt voor de scores van andere inschrijvingen, zodat van een relatieve beoordelingsmethode geen sprake is”.
5.De proceskosten
1.016,00
€ 1.683,00. Voorts zal Consultek in het incident als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Nu niet gebleken is van extra kosten in het incident, zal de voorzieningenrechter deze kosten begroten op nihil.