Eiser en eiseres hebben beroep ingesteld tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Breda die hun subsidieaanvragen voor culturele projecten en burgerinitiatieven afwezen. De aanvragen betroffen subsidies van €5.000,- voor projecten gericht op klassieke muziek en burgerinitiatieven. De rechtbank oordeelde dat de aanvraag van 28 september 2018 geen geldige aanvraag was omdat de stichting niet was opgericht en dus geen rechtspersoon was.
De aanvraag van 2 december 2018 werd afgewezen omdat eiser onvoldoende concrete inhoudelijke samenwerking met lokale of bovenlokale partijen had aangetoond, een vereiste volgens de Nadere regels subsidieverstrekking gemeente Breda 2017. De plannen waren nog in ontwikkeling en er was geen financiële samenwerking aangetoond.
De aanvragen voor burgerinitiatieven van 10 en 12 juni 2019 werden afgewezen omdat het geen incidentele cultuurprojecten betrof maar pogingen tot nieuw beleid, wat niet binnen de subsidiecriteria viel. De rechtbank vond de omschrijving van de projecten te algemeen en onvoldoende concreet om voor subsidie in aanmerking te komen.
De beroepen werden ongegrond verklaard. Er was procesbelang omdat kosten waren gemaakt, maar dit rechtvaardigde geen toewijzing van subsidie. De rechtbank bevestigde dat het college bevoegd was en de besluiten zorgvuldig had gemotiveerd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.