Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 8 januari 2021 van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser
Procesverloop
Overwegingen
- dat hij op 29 februari 2020 werkloos is geworden;
- dat hij zelf ontslag heeft genomen bij [werkgever] omdat hij per 1 maart 2020 een andere baan had gevonden;
- dat deze baan op het laatste moment niet door is gegaan, waardoor hij zonder werk is komen te zitten.
recentzou zijn gemaakt, wat in lijn is met de verklaring van [naam2] dat het gesprek met eiser
medio februari 2020heeft plaatsgevonden. Dit duidt er niet op dat er op 7 januari 2020 voor eiser uitzicht was op een baan bij [nieuwe werkgever]. Gelet op deze omstandigheden is het eiser te verwijten dat hij ontslag heeft genomen bij [werkgever] voordat hij concreet zicht had op een nieuwe dienstbetrekking. Dit betekent dat het UWV zich naar het oordeel van de rechtbank terecht en op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat eiser verwijtbaar werkloos is geworden.