Eiseres ontving vanaf januari 2019 een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) omdat zij arbeidsongeschikt was voor ten minste 45%. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) beëindigde haar uitkering per 1 maart 2020, stellende dat zij niet langer aan deze arbeidsongeschiktheidsnorm voldeed. Eiseres voerde aan dat haar klachten, waaronder schouder-, knie- en ademhalingsproblemen, onvoldoende waren meegenomen in de beoordeling.
De Svb baseerde zich op een beoordeling door het UWV, waarbij een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) en een arbeidsdeskundige b&b de beperkingen en belastbaarheid van eiseres hadden vastgesteld. De verzekeringsarts b&b had de medische gegevens zorgvuldig bestudeerd en concludeerde dat de beperkingen juist waren vastgesteld, waarbij ook de door eiseres aangevoerde klachten waren meegewogen. De arbeidsdeskundige b&b motiveerde dat eiseres geschikt was voor bepaalde functies, wat resulteerde in een arbeidsongeschiktheid van 39,85%.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen en belastbaarheid van eiseres correct waren vastgesteld. De door eiseres overgelegde medische stukken van paramedici gaven geen aanleiding tot een ander oordeel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de beëindiging van de uitkering per 1 maart 2020 met inachtneming van de wettelijke uitlooptermijn.