ECLI:NL:RBZWB:2021:819
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid na medische beoordeling
Eiseres, voormalig huishoudelijk medewerker thuiszorg, ontving sinds 2015 een Ziektewetuitkering vanwege diverse ernstige gezondheidsklachten. Na een eerstejaars ZW-beoordeling werd haar uitkering in 2015 beëindigd omdat zij naar oordeel van het UWV meer dan 65% van haar loon kon verdienen. Na een hernieuwde ziekmelding in 2018 ontving zij opnieuw een ZW-uitkering, die in 2019 door het UWV werd beëindigd op grond van een medische beoordeling dat zij arbeidsgeschikt was.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze beëindiging, stellende dat haar huidige gezondheidssituatie onvoldoende werd meegewogen en zij nog wachtte op specialistische medische onderzoeken. De rechtbank oordeelde dat de medische rapportages van de verzekeringsartsen zorgvuldig en gemotiveerd waren, waarbij rekening was gehouden met haar klachten zoals COPD, hartfalen, diabetes en OSAS. De lichte functies die bij de eerstejaars beoordeling waren vastgesteld, achtte de rechtbank passend voor haar belastbaarheid.
De rechtbank zag geen aanleiding om de bevindingen van de verzekeringsartsen te betwijfelen, mede omdat eiseres onvoldoende onderbouwing leverde om het tegendeel aan te tonen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 3 juni 2019 bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard.