ECLI:NL:RBZWB:2021:868
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening inzake NOW1-subsidie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor de NOW1-subsidie en verzocht om een voorlopige voorziening. Het UWV meldde echter dat verzoekster als rechtspersoon is opgehouden te bestaan, wat aanleiding gaf tot onderzoek naar de procesbevoegdheid.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de uitschrijving uit het handelsregister niet automatisch betekent dat verzoekster niet meer als procespartij kan optreden, mede gelet op de bepalingen omtrent vereffening in het Burgerlijk Wetboek. Wel werd vastgesteld dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was voldaan, ondanks een herinnering en waarschuwing.
Een handgeschreven intrekking van het verzoek werd niet als rechtsgeldig beschouwd vanwege het ontbreken van een handtekening en onduidelijkheid over de afzender. Hierdoor werd het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.E.M. Marsé op 1 maart 2021 en is definitief; tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege niet tijdige betaling van het griffierecht.