Eiseres diende op 1 september 2020 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen bij het college van burgemeester en wethouders van Breda. Op 29 oktober 2020 nam het college een besluit op deze aanvraag, dat via e-mail aan eiseres werd bekendgemaakt. Eiseres stelde dat zij het besluit niet rechtsgeldig had ontvangen omdat zij geen toestemming had gegeven voor elektronische bekendmaking en wilde de beschikking per post ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat het besluit niet op de juiste wijze was bekendgemaakt, omdat eiseres vooraf had aangegeven de post te willen ontvangen vanwege problemen met haar telefoon. Desondanks was het besluit tijdig bekend bij eiseres, aangezien zij de e-mail had gelezen. Hierdoor was er geen sprake van niet tijdig beslissen door het college.
Het beroep tegen het niet tijdig beslissen werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Omdat de inhoudelijke geschilpunten over de aanvraag nog niet voldoende waren besproken, verwees de rechtbank het beroep tegen het besluit van 29 oktober 2020 door naar het college ter behandeling als bezwaar, conform artikel 6:20, vierde lid, van de Awb.