ECLI:NL:RBZWB:2021:921

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 maart 2021
Publicatiedatum
3 maart 2021
Zaaknummer
AWB- 20_8757
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6 AwbArt. 8:24 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken schriftelijke machtiging en handelsregisteruittreksel

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW). De gemachtigde van eiseres werd door de rechtbank meerdere malen verzocht een schriftelijke machtiging en een uittreksel uit het handelsregister te overleggen, zoals vereist volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Ondanks deze verzoeken, waaronder een aangetekende brief en een termijn van vier weken om alsnog te reageren, zijn de gevraagde documenten niet ontvangen. De rechtbank constateert daarom dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.

Op grond van de artikelen 6:6, 8:24 en 8:54 van de Awb verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en behandelt de zaak niet inhoudelijk. Partijen kunnen binnen zes weken verzet doen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging en een uittreksel uit het handelsregister.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/8757 NOW

uitspraak van 1 maart 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiseres/N.V.] , gevestigd te [plaatsnaam] , eiseres,

gemachtigde: [naam gemachtigde] ,
en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder.

Procesverloop

De (beweerdelijk) gemachtigde van eiseres heeft bij brief van 26 september 2020 beroep ingesteld tegen het besluit van 2 september 2020 (bestreden besluit) van de minister inzake de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een tegemoetkoming op grond van de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW).

Overwegingen

1. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de verplichting opgenomen om een schriftelijke machtiging te overleggen. De griffier heeft de gemachtigde van eiseres bij brief van 7 oktober 2020 gewezen op de verplichting tot het indienen van een schriftelijke machtiging. Omdat de machtiging in dit geval ziet op een bedrijf is eveneens verzocht om een uittreksel uit het handelsregister in te dienen. Bij aangetekende brief van 24 november 2020 is de gemachtigde van eiseres medegedeeld dat op het eerdere verzoek geen reactie is ontvangen. De gemachtigde van eiseres is vervolgens verzocht om binnen vier weken alsnog een schriftelijke reactie toe te sturen. De gemachtigde van eiseres is er in deze brief op gewezen dat indien er van deze gelegenheid geen gebruik wordt gemaakt, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren.
2. De rechtbank constateert dat de schriftelijke machtiging en een uittreksel uit het handelsregister niet zijn ontvangen. Het beroep is dan ook kennelijk nietontvankelijk. Daarom zal de rechtbank de zaak zonder behandeling ter zitting afdoen als hierna vermeld.
3. Bij deze beslissing is in aanmerking genomen het gestelde in de artikelen 6:6, aanhef en onder a, 8:24, tweede lid en 8:54, eerste lid, onder b, van de Awb.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van C.A.F. Kalb, griffier, op 1 maart 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen en andere belanghebbenden verzet doen bij de rechtbank. De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na de verzending van deze uitspraak.
Artikel 6:6, aanhef en onder a, van de Awb luidt als volgt:
Indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of Pro aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, kan die niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
Artikel 8:24, tweede lid, van de Awb luidt als volgt:
De rechtbank kan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen.
Artikel 8:54, eerste lid, onder b, van de Awb luidt als volgt:
Totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting van de bestuursrechter te verschijnen, kan de bestuursrechter het onderzoek sluiten, indien de voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.