ECLI:NL:RBZWB:2021:958
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling college Breda in proceskosten na intrekking omgevingsvergunning
Verzoeker stelde beroep in tegen een omgevingsvergunning voor woninguitbreiding, verleend door het college van Breda. Na het verzoek van vergunninghouder om de vergunning in te trekken, besloot het college deze vergunning in te trekken. Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank overwoog dat het college aan verzoeker was tegemoetgekomen door de intrekking van de vergunning, wat recht geeft op proceskostenvergoeding volgens artikel 8:75a Awb. De rechtbank wees het verweer van het college af dat de deskundigenkosten niet vergoed zouden moeten worden, omdat het college op eigen initiatief tot dezelfde conclusie kwam.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op € 3.315,54, bestaande uit griffierecht en een redelijke vergoeding voor het deskundigenrapport van het architecten- en ingenieursbureau. De vergoeding voor de deskundige werd gematigd op basis van het wettelijk maximumtarief per uur, inclusief BTW.
De uitspraak werd gedaan door rechter L.P. Hertsig op 2 maart 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het college van Breda wordt veroordeeld tot betaling van € 3.315,54 aan proceskosten aan verzoeker.