Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 maart 2021 in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [plaatsnaam 1] , eiseres,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover het bezwaar tegen de last onder dwangsom wegens overtreding van artikel 2.1, aanhef en onder c, van de Wabo ongegrond is verklaard en voor zover het bezwaar tegen de primaire besluiten II ongegrond is verklaard;
- herroept de primaire besluiten II;
- draagt het college op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar tegen de last onder dwangsom wegens overtreding van artikel 2.1, aanhef en onder c, van de Wabo met inachtneming van deze uitspraak;
- schorst het primaire besluit I voor zover daarin aan eiseres een last onder dwangsom wegens overtreding van artikel 2.1, aanhef en onder c, van de Wabo is opgelegd tot zes weken na bekendmaking van de nieuw te nemen beslissing op bezwaar;
- draagt verweerders op het betaalde griffierecht van € 178,00 aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerders in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van €1.111,60 (€ 1.068,- + € 43,60);
- wijst het verzoek om een veroordeling in de proceskosten voor het overige af.