Verzoeker heeft in 2020 en 2021 87 pallets met ketamine verkocht en geleverd onder eigendomsvoorbehoud aan VHM, die deze goederen in een gehuurde loods opsloeg. Na creditering van enkele facturen weigerde VHM de goederen te retourneren en openstaande facturen te voldoen. Verzoeker werd de toegang tot de loods geweigerd, waaruit bleek dat deze nagenoeg leeg was. Verzoeker wil middels een voorlopig getuigenverhoor vaststellen wat er met de pallets is gebeurd, wie ze heeft verwijderd en of er sprake is van onrechtmatig handelen of strafbare feiten.
VHM voert verweer dat het verzoek niet voldoet aan wettelijke eisen, sprake is van misbruik van recht en een fishing expedition, en dat de leveringen en eigendomsvoorbehoud worden betwist. Ook wordt aangevoerd dat de namen van getuigen niet zijn genoemd en dat het verzoek leidt tot onrust op de werkvloer.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek voldoende concreet en ter zake dienend is, dat verzoeker belang heeft bij het getuigenverhoor om zijn rechten te effectueren, en dat er geen sprake is van misbruik van recht. Het ontbreken van namen van getuigen is geen reden tot afwijzing, omdat het voorlopig getuigenverhoor juist dient om feiten op te helderen. Verzoeker moet wel tijdig de namen en verklaringsonderwerpen van getuigen bekendmaken.
De rechtbank gelast het voorlopig getuigenverhoor met maximaal vier getuigen, benoemt een rechter-commissaris en stelt nadere procedurele voorwaarden vast. Het verzoek wordt toegewezen zoals verzocht.