Op 4 mei 2014 volgde een geweldsincident waarbij verdachte met hoge snelheid meerdere keren op een Mercedes reed, bestuurd door benadeelde partijen. Verdachte werd beschuldigd van poging tot moord, doodslag, zware mishandeling, bedreiging en vernieling.
De rechtbank oordeelde dat poging tot moord en doodslag niet wettig en overtuigend bewezen konden worden wegens gebrek aan bewijs voor voorbedachte rade en dodelijke intentie. Wel werd vastgesteld dat verdachte met voorwaardelijk opzet handelde door de Mercedes meerdere malen te raken, wat leidde tot een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel, waardoor poging zware mishandeling bewezen werd.
Daarnaast werd bedreiging met een misdrijf tegen het leven en vernieling van de Mercedes bewezen verklaard. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 46 dagen, gelijk aan het voorarrest, mede vanwege een ernstige overschrijding van de redelijke termijn van berechting. De immateriële schadevorderingen van de benadeelden werden niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan onderbouwing.