Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De overwegingen omtrent het beslag
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van witwassen van €32.570 tussen juni 2019 en juni 2020. Het OM stelde dat verdachte contant geld en betalingen aan een woonwagenbouwer niet kon verklaren vanuit legale inkomsten. Verdachte beriep zich op zwijgrecht, maar overhandigde kort voor de zitting leningsovereenkomsten en bankoverzichten die een alternatieve herkomst van het geld onderbouwden.
De rechtbank hanteerde het zes-stappenarrest van het Gerechtshof Amsterdam voor witwaszaken zonder gronddelict. Dit houdt in dat als een vermoeden van witwassen bestaat, de verdachte een concrete, verifieerbare en niet hoogst onwaarschijnlijke verklaring moet geven. Verdachte deed dit ter zitting met bewijsstukken over leningen en geld van zijn moeder.
De rechtbank oordeelde dat deze verklaring voldoende was om het vermoeden te ontzenuwen, maar dat het OM naliet nader onderzoek te doen naar de alternatieve herkomst. Hierdoor kon niet wettig en overtuigend worden bewezen dat het geld uit een misdrijf afkomstig was. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van witwassen.
Verder werd besloten het inbeslaggenomen telefoontoestel en contant geld terug te geven aan verdachte, terwijl over de woonwagen (in beslag genomen) geen beslissing werd genomen vanwege conservatoir beslag. De uitspraak werd gedaan op 3 maart 2022 door de meervoudige kamer.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende onderzoek naar de legale herkomst van het geld.