ECLI:NL:RBZWB:2022:1094
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op bezwaar Wmo-aanvraag rolstoel
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van een aanvraag voor vervanging van een rolstoel voor zijn zoon op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, heeft niet binnen de wettelijke termijn op het bezwaar beslist. Eiser stelde verweerder op 8 december 2021 in gebreke en startte vervolgens een beroep bij de rechtbank.
De rechtbank heeft verweerder meerdere malen verzocht stukken en een verweerschrift in te dienen, maar heeft daarop geen reactie ontvangen. De wettelijke beslistermijn was uiterlijk 30 november 2021, met een verlenging van zes weken vanwege een adviescommissie. Deze termijn is verstreken zonder besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom opgelegd van €100 per dag met een maximum van €15.000, waarvan de reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. Daarnaast moet verweerder het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen en een dwangsom te betalen.