Uitspraak
2.De feiten
3.De verzoeken
4.De beoordeling
.De rechtbank verzoekt partijen om de resultaten daarvan in te dienen in reeds aanhangig gemaakte bodemprocedure met kenmerk C/02/393235 FA RK 21-6163.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen zijn gehuwd sinds 2005 en hebben twee minderjarige kinderen die bij de man verblijven. De man verzoekt de rechtbank om toewijzing van de zorg voor de minderjarigen aan hem en vaststelling van kinder- en partneralimentatie. De vrouw verzet zich tegen toevertrouwing en stelt een zorgregeling voor met omgangsweekenden en vakanties.
De rechtbank oordeelt dat de man onvoldoende dringend belang heeft bij het verzoek tot toevertrouwing, mede omdat de vrouw het verblijf bij de man niet betwist. De rechtbank benadrukt het belang van contact tussen de minderjarigen en hun moeder en beveelt spoedige inschakeling van hulpverlening om de communicatie en ouderrelatie te verbeteren.
Wat betreft de alimentatie stelt de rechtbank het netto besteedbaar gezinsinkomen vast op basis van 2021, waarbij het inkomen van de vrouw wordt berekend uit haar dienstverbanden bij twee gemeenten. De kinderalimentatie wordt vastgesteld op €349 per maand per kind, ingaande 1 januari 2022. Het verzoek tot partneralimentatie wordt afgewezen omdat de vrouw geen draagkracht heeft en de man nog niet in staat is om in zijn eigen onderhoud te voorzien.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen worden verzocht de resultaten van de hulpverlening in de bodemprocedure in te dienen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot toevertrouwing af, stelt kinderalimentatie vast op €349 per maand per kind en wijst partneralimentatie af.