ECLI:NL:RBZWB:2022:1150
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening AOW-pensioen en terugvordering door Sociale Verzekeringsbank
Eiser ontving sinds 2014 een AOW-pensioen als alleenstaande. Na inschrijving van zijn partner op zijn adres wijzigde de SVB het pensioen per 1 maart 2018 naar de gehuwdennorm. Later werd dit herzien en teruggevorderd. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit van de SVB.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het eerste bestreden besluit niet-ontvankelijk omdat het belang van eiser daarvoor is komen te vervallen. Het beroep tegen het tweede bestreden besluit, waarin de SVB het pensioen per 1 november 2018 weer toekent als alleenstaande en de terugvordering intrekt, wordt ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat de SVB op goede gronden heeft gehandeld en dat de ingangsdatum van 1 november 2018 correct is vastgesteld.
Verder wordt de SVB veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de onterecht teruggevorderde bedragen en de na te betalen uitkering. Het verzoek tot vaststelling van een dwangsom wegens vermeende te late beslissing wordt afgewezen. De SVB wordt tevens opgedragen het griffierecht aan eiser te vergoeden. Proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen vanwege onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Het beroep tegen het tweede bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en de SVB wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en vergoeding van griffierecht.