ECLI:NL:RBZWB:2022:1188

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 maart 2022
Publicatiedatum
8 maart 2022
Zaaknummer
AWB- 22_1156 VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 8:85 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herhaald verzoek voorlopige voorziening toekenning jeugdhulp

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 22 september 2021 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda over de toekenning van jeugdhulp en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter stelt vast dat het hier gaat om een herhaald verzoek, aangezien op 28 januari 2022 reeds een uitspraak is gedaan over hetzelfde besluit.

Volgens artikel 8:85 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is een voorlopige voorziening bedoeld om te gelden tot de uitspraak in de bodemprocedure. Een herhaald verzoek kan alleen worden toegewezen indien er sprake is van nieuwe feiten of ernstige onvolkomenheden in de eerdere uitspraak. De voorzieningenrechter concludeert dat verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die een toewijzing rechtvaardigen.

Daarom is het herhaalde verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het herhaalde verzoek om voorlopige voorziening inzake toekenning jeugdhulp wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of ernstige onvolkomenheden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/1156 JW VV

uitspraak van 8 maart 2022 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoekster] , te [woonplaats verzoekster] , verzoekster,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 22 september 2021 (bestreden besluit) van verweerder inzake de toekenning van jeugdhulp. Tevens heeft zij een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter stelt vast dat er sprake is van een herhaald verzoek om
voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft immers op 28 januari 2022 al een uitspraak (met zaaknummer BRE 22/8 JW VV) gedaan over het bestreden besluit. In die uitspraak is al een voorlopig oordeel gegeven over de toekenning van jeugdhulp aan verzoekster.
2. De voorzieningenrechter stelt voorop dat - zo volgt uit artikel 8:85 van Pro de Awb - de beslissing op een verzoek om een voorlopige voorziening in beginsel is bedoeld om te gelden tot de uitspraak in de bodemprocedure. Een herhaald verzoek om een voorlopige voorziening kan daarom slechts voor toewijzing in aanmerking komen, indien verzoekster een beroep doet op nieuwe feiten of omstandigheden die toewijzing van een dergelijk verzoek kunnen rechtvaardigen. Dit is het geval indien sprake is van ernstige onvolkomenheden in de eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter dan wel van een belangrijke wijziging van de relevante feiten en omstandigheden. [1]
3. De voorzieningenrechter kan uit de uitvoerige toelichting van verzoekster niet opmaken welke relevante feiten en omstandigheden zouden zijn gewijzigd. Evenmin leidt de voorzieningenrechter daaruit af wat de ernstige onvolkomenheden zouden zijn in de eerdere uitspraak.
4. Nu er geen sprake is van een nieuw feit of ernstige onvolkomenheden in de eerdere uitspraak is het (herhaalde) verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond en dient het daarom te worden afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E.M. Marsé, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 8 maart 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.