Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[naam] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
[naam] ,
[naam] ,
FAMILIE [naam] ,
Het procesverloop
- de moeder;
De feiten
Het verzoek
De standpunten
De beoordeling
afgewezen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 3 februari 2022 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige voor de duur van zes maanden. De minderjarige verblijft bij pleegouders en de ouders oefenen het gezag uit. De gecertificeerde instelling (GI) had een verzoek ingediend tot verlenging van beide maatregelen voor een jaar, maar het verzoekschrift was kwalitatief ondermaats en bevatte onjuiste data en geen recente informatie.
Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat er maandenlang geen jeugdzorgwerker beschikbaar was en dat de vorige jeugdzorgwerker vertrokken was zonder overdracht. Desondanks gaat het goed met de minderjarige in het pleeggezin en verloopt het contact met de moeder onder begeleiding positief. De vader is sinds augustus 2020 buiten beeld.
De kinderrechter oordeelde dat het afwijzen van het verzoek niet in het belang van de minderjarige zou zijn, omdat zij anders mogelijk plotseling zou moeten terugkeren naar een ouder, wat haar ernstig zou schaden. Daarom werd het verzoek tot verlenging toegewezen, maar slechts voor zes maanden. De GI moet binnen die termijn duidelijkheid verschaffen over het perspectief van de minderjarige, zodat alle betrokkenen weten waar ze aan toe zijn.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing worden verlengd voor zes maanden met onmiddellijke ingang.