Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2017, waarin een belastbaar inkomen van €17.852 werd vastgesteld. De inspecteur had loonheffingskorting meerdere keren toegepast over dezelfde periode door verschillende werkgevers, wat leidde tot een te laag ingehouden loonheffing en daardoor een aanslag van €419.
Belanghebbende begreep niet waarom zij moest bijbetalen en trok eerst haar bezwaar in, maar diende later een nieuw bezwaar in buiten de wettelijke termijn. Dit bezwaar werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Partijen stemden in met het overslaan van de bezwaarfase voor het verzoek om ambtshalve vermindering, dat de inspecteur had afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat de aanslag correct was vastgesteld omdat de loonheffingskorting meerdere keren was toegepast, waardoor de ingehouden loonheffing niet overeenkwam met de verschuldigde belasting. Het verzoek om kwijtschelding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de rechtbank daartoe niet bevoegd is. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.