Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 maart 2022 in de zaak tussen
[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Bestreden besluit
Beroepsgronden
Beoordeling
Conclusie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom om een verzoek om een uittreksel uit de Basisregistratie Personen (Brp) te weigeren. Het verzoek betrof persoonsgegevens van een derde, waaronder nationaliteit en datum van inschrijving in de gemeentelijke registers.
De rechtbank overweegt dat het verzoek en het bezwaar door de advocaat van eiser zijn ingediend, maar dat eiser zelf geen bezwaar heeft gemaakt en niet het verzoek heeft gedaan. Eiser heeft wel beroep ingesteld, maar omdat hij niet degene is die het verzoek heeft gedaan en bezwaar heeft gemaakt, ontbreekt het aan een rechtstreeks belang bij het besluit. De advocaat is als beroepsbeoefenaar wel belanghebbende, maar eiser niet.
De rechtbank verwijst naar de Wet basisregistratie personen en het Besluit basisregistratie personen, waarin is bepaald dat dergelijke persoonsgegevens alleen aan bevoegde derden zoals advocaten mogen worden verstrekt, niet aan burgers zelf. Daarom kan eiser geen uittreksel opvragen en ook niet inzien als het aan de advocaat zou zijn verstrekt.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een eigen, rechtstreeks belang van eiser bij het besluit. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een rechtstreeks belang.