Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2022 in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres
Procesverloop
.
Overwegingen
Wettelijk kader
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres heeft in 2016 een vervoersvoorziening aangevraagd en in 2017 een scootmobiel met collectief vervoer toegekend gekregen, met de mededeling dat kosten voor aanpassingen aan een invalideauto voor eigen rekening zijn. Na problemen met een eerste invalideauto heeft zij een tweede, de Canta, aangeschaft en aanpassingen laten uitvoeren waarvoor zij vergoeding vroeg.
Het college wees de vergoeding af omdat de aanpassingen zonder voorafgaand onderzoek waren uitgevoerd en het niet kon vaststellen of deze noodzakelijk waren. De rechtbank stelt vast dat de situatie van eiseres sinds het besluit van 2017 niet zodanig is veranderd dat een nieuwe indicatie voor een invalideauto met aanpassingen gerechtvaardigd is.
Ondanks kritiek op het onderzoek van SAP en een aanvullend onderzoek door een ander bureau, kon geen noodzaak voor vergoeding worden vastgesteld. Eiseres wilde geen nader onderzoek afwachten. De rechtbank concludeert dat het college terecht de vergoeding heeft geweigerd en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van vergoeding van aanpassingen aan de invalideauto blijft gehandhaafd.