Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partijen
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de tenlastegelegde feiten;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 11 maart 2022 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van ontuchtige handelingen met twee meisjes van 11 jaar. De verdenking was gebaseerd op verklaringen van de meisjes, waarbij de verklaring van het ene meisje als betrouwbaar werd beoordeeld, maar die van het andere meisje onvoldoende betrouwbaar werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van het ene meisje weliswaar consistent en gedetailleerd was, maar dat het bewijs niet voldeed aan het vereiste bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv Pro, omdat er onvoldoende steunbewijs uit andere bronnen was. De verklaringen van de ouders vormden geen aanvullend bewijs, en het vermeende steunbewijs van het samen slapen op een luchtbed was niet relevant genoeg.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen, die bij de burgerlijke rechter kunnen worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende steunbewijs naast de verklaring van één meisje.