ECLI:NL:RBZWB:2022:1271

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 februari 2022
Publicatiedatum
14 maart 2022
Zaaknummer
C/02/394975 JE RK 22-310
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Phillips
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265i BWArt. 1:265b BWArt. 800 lid 3 RvArt. 809 lid 3 RvArt. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing spoedmachtiging voor overplaatsing minderjarige naar crisisgroep

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om met spoed toestemming te krijgen voor de overplaatsing van een minderjarige naar een accommodatie jeugdhulpaanbieder. De minderjarige verblijft bij pleegouders en staat onder toezichtstelling die recentelijk is verlengd. De GI stelde dat spoedplaatsing noodzakelijk was omdat de pleegouders de zorg wilden stoppen.

De kinderrechter hield een Teamsoverleg met alle betrokkenen, waaronder pleegouders, ouders, GI en de Raad voor de Kinderbescherming. Uit het overleg bleek dat de pleegouders de zorg nog steeds konden en wilden dragen en dat een overplaatsing naar een crisisgroep mogelijk schadelijk zou zijn voor het emotionele welzijn van de minderjarige.

De kinderrechter oordeelde dat het niet dringend en onverwijld noodzakelijk was om de minderjarige over te plaatsen. Het verzoek om spoedmachtiging werd daarom afgewezen, terwijl het overige verzoek werd aangehouden voor een mondelinge behandeling. Tijdens deze zitting kunnen alle partijen hun standpunten toelichten en zal de Raad advies uitbrengen.

De beslissing is genomen met het oog op het belang van de minderjarige en de continuïteit van zorg die de pleegouders bieden, waarbij een versnelde terugplaatsing bij de moeder wordt nagestreefd.

Uitkomst: Het verzoek om spoedmachtiging voor overplaatsing van de minderjarige naar een crisisgroep is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/394975 / JE RK 22-310
Datum uitspraak: 23 februari 2022
Beschikking van de kinderrechter over een spoedverzoek wijziging verblijfplaats en machtiging uithuisplaatsing
in de zaak van

WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,

hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI),
gevestigd te Amsterdam,
betreffende

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [roepnaam] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Krol,

[vader] ,

hierna te noemen: de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Koopman-van Lieshout,

[pleegouders] ,

hierna te noemen: de pleegouders,
wonende te [woonplaats] .
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda (hierna te noemen: de Raad) om de kinderrechter over het verzoek te adviseren.

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het mondelinge verzoek van 22 februari 2022 van de GI;
- het schriftelijke verzoek met bijlagen van 22 februari 2022van de GI;
- het e-mailbericht van 22 februari 2022 van de pleegvader.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [roepnaam] wordt uitgeoefend door de ouders.
[roepnaam] verblijft bij de pleegouders.
Bij beschikking van 27 september 2018 is [roepnaam] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna steeds verlengd. Laatstelijk heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank bij beschikking van 22 december 2021 de ondertoezichtstelling van [roepnaam] verlengd tot
2 september 2022. Bij diezelfde beschikking is de uithuisplaatsing van [roepnaam] bij de pleegouders verlengd met ingang van 2 januari 2022 tot 2 juli 2022. Het resterende deel van het verzoek van de GI betreffende de uithuisplaatsing is aangehouden.
Het verzoek van de GI om [roepnaam] te plaatsen in een accommodatie jeugdhulpaanbieder is afgewezen.

Het verzoek

De GI verzoekt met spoed onverwijld toestemming te verlenen om:
op grond van artikel 1:265i BW toestemming te verlenen tot wijziging in het verblijf van [roepnaam] naar een accommodatie jeugdhulpaanbieder;
op grond van artikel 1:265b BW een machtiging te verlenen om [roepnaam] uit huis te plaatsen in een accommodatie jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling;
op grond van artikel 800 lid 3 en Pro 809 lid 3 Rv de beschikking onverwijld af te geven zonder voorafgaand verhoor van belanghebbenden;
de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De beoordeling

De kinderrechter overweegt als volgt.
Op grond van het mondelinge verzoek heeft de piketrechter op 22 februari 2022 geconcludeerd dat zij over onvoldoende informatie beschikte om een beslissing op het spoedverzoek te kunnen nemen. Wel was duidelijk dat [roepnaam] op dat moment rustig lag te slapen en dat zij wat de pleegouders betrof in ieder geval gedurende de nacht bij hen kon blijven. De piketrechter heeft besloten dat de GI en alle betrokkenen de volgende dag middels een Teamsoverleg door de kinderrechter zouden worden gehoord, alvorens er een beslissing zou worden genomen.
Op 23 februari 2022 heeft de kinderrechter tijdens een Teamsoverleg de volgende betrokkenen gesproken: mevrouw [woonplaats] en mevrouw [vertegenwoordiger van de GI] van de GI, de pleegvader (ook namens de pleegmoeder), de moeder en haar advocaat, de vader en zijn advocaat en mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] van de Raad. De kinderrechter heeft uitgelegd dat het geen mondelinge behandeling van het verzoek betreft, maar dat zij aanvullende informatie nodig heeft om een beslissing te kunnen nemen op het verzoek van de GI.
De afgelopen periode is er een traject ingezet dat is gericht op een stapsgewijze terugplaatsing van [roepnaam] bij de moeder. Het is duidelijk dat dit heel veel met [roepnaam] doet en dat zij het op dit moment emotioneel gezien ontzettend moeilijk heeft.
Volgens de GI moet [roepnaam] met spoed worden overgeplaatst naar een crisisgroep omdat de pleegouders hebben aangegeven de plaatsing te willen stoppen. Vanuit die (neutrale) setting kan worden gewerkt aan terugplaatsing van [roepnaam] naar de moeder.
De pleegouders en de ouders vinden een overplaatsing van [roepnaam] naar een crisisgroep niet in haar belang. Zij vrezen dat dit [roepnaam] verder zal beschadigen en zal bijdragen aan een verergering van haar situatie. De pleegouders en de ouders zien als oplossing een versnelde terugplaatsing van [roepnaam] bij de moeder, waarbij de pleegouders 24/7 beschikbaar zullen zijn voor begeleiding van [roepnaam] en de moeder en om ervoor te zorgen dat [roepnaam] dit proces kan doorstaan.
De Raad is van mening dat een overplaatsing van [roepnaam] naar een crisisgroep haar verder zal traumatiseren. [roepnaam] zal dat ervaren als een afwijzing door de pleegouders. Volgens de Raad moet er vanuit de pleegouders verder worden gewerkt aan terugplaatsing van [roepnaam] naar de moeder. Daarbij kan Basic Trust aansluiten en ondersteuning bieden.
Naar aanleiding van het verzoek en de mondelinge toelichting is de kinderrechter van oordeel dat het
nietdringend en onverwijld noodzakelijk is dat er toestemming wordt verleend om [roepnaam] met spoed over te plaatsen naar een accommodatie jeugdhulpaanbieder. De pleegouders hebben duidelijk aangegeven de zorg voor [roepnaam] nog altijd te kunnen en willen dragen en de kinderrechter vindt dat ook in het belang van [roepnaam] . Zij zal het verzoek om een spoedmachtiging dan ook afwijzen. Het verzoek van de GI zal voor het overige worden aangehouden.
De GI, de moeder en haar advocaat, de vader en zijn advocaat en de pleegouders worden in de gelegenheid gesteld om tijdens een mondelinge behandeling hun mening te geven over het verzoek. Verdere beslissingen zal de kinderrechter pas nemen nadat deze mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden. De Raad wordt verzocht tijdens de mondelinge behandeling advies te geven.

De beslissing

De kinderrechter:
wijst het verzoek om een spoedmachtiging te verlenen af;
houdt het verzoek voor het overige aan en bepaalt dat de GI, de moeder en haar advocaat, de vader en zijn advocaat, de pleegouders en de Raad zullen worden gehoord tijdens de mondelinge behandeling op
maandag 7 maart 2022 om 09:00 uurvan de kinderrechter in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan de Stationslaan 10 te Breda;
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beslissing is gegeven door mr. Phillips, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.