ECLI:NL:RBZWB:2022:1290

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 maart 2022
Publicatiedatum
15 maart 2022
Zaaknummer
AWB- 22_672 VV wn AWB- 22_673 VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing van dwangsombesluiten wegens beëindigde overtredingen en nog lopend bezwaar

Derde partij verzocht het college van burgemeester en wethouders van Breda om handhavend op te treden tegen overtredingen door verzoekers op hun perceel. Dit leidde tot besluiten waarin dwangsommen werden opgelegd om de voorgevel terug te brengen conform vergunning en een koelunit te verwijderen.

Verzoekers dienden bezwaar in tegen deze besluiten en vroegen om een voorlopige voorziening. Verweerder verleende vervolgens een omgevingsvergunning die de overtredingen legaliseerde, maar de dwangsombesluiten werden niet ingetrokken. Hierdoor zouden verzoekers dwangsommen kunnen verbeuren ondanks dat de overtredingen zijn beëindigd.

De voorzieningenrechter oordeelde dat schorsing van de dwangsombesluiten noodzakelijk is om onevenredig nadeel voor verzoekers te voorkomen. De schorsing geldt tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan verzoekers te vergoeden. De uitspraak is een voorlopig oordeel en bindt niet in een bodemprocedure.

Uitkomst: De dwangsombesluiten worden geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar en het betaalde griffierecht wordt aan verzoekers vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummers: BRE 22/672 VV en 22/673 VV

uitspraak van 15 maart 2022 van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam verzoeker] en [naam verzoekster], te [woonplaats verzoekers], verzoekers

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder.

Als derde partij heeft aan het geding deelgenomen:
[naam belanghebbende], te [woonplaats belanghebbende],
gemachtigde: mr. T.N. Bakkes.

Procesverloop

Derde partij heeft op 3 september 2021 aan verweerder verzocht om handhavend op te treden tegen enkele overtredingen van verzoekers op het perceel [adres perceel] te [plaats perceel].
Dit heeft geleid tot de besluiten van verweerder van 23 december 2021 (bestreden besluiten) waarbij - voor zover hier van belang - verzoekers onder oplegging van een dwangsom zijn gelast om binnen drie maanden de voorgevel van het pand [adres perceel] terug te brengen conform de laatst verleende vergunning en de koelunit op het dak te verwijderen en verwijderd te houden.
Tegen deze besluiten hebben verzoekers een bezwaarschrift ingediend. Tevens hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat bij het nemen van een beslissing op een verzoek om voorlopige voorziening een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit een belangrijke rol speelt. Verder dient deze beslissing het resultaat te zijn van een belangenafweging, waarbij moet worden bezien of uitvoering van het bestreden besluit voor verzoeker een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering van dat besluit te dienen belang.
Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.
2. Bij besluit van 10 februari 2022 heeft verweerder de aanvraag van verzoekers ingewilligd om een omgevingsvergunning te verlenen ter legalisering van het wijzigen van de voorgevel en het plaatsen van de koelunit. Verweerder heeft een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen verleend. Daarmee zijn de beide overtredingen ongedaan gemaakt. Daaraan doet niet af dat de omgevingsvergunning nog niet onherroepelijk is omdat daartegen nog bezwaar kan worden gemaakt. Echter, de bestreden besluiten zijn niet ingetrokken of herroepen. Dat betekent dat verzoekers na 23 maart 2022 dwangsommen kunnen verbeuren terwijl de geconstateerde overtredingen beëindigd zijn. Ter voorkoming van onevenredig nadeel voor verzoekers zal de voorzieningenrechter de bestreden besluiten daarom schorsen.
3. Omdat de voorzieningenrechter de verzoeken toewijst, dient verweerder aan verzoekers het door hen betaalde griffierecht te vergoeden. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • schorst de bestreden besluiten tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
  • draagt verweerder op aan elke verzoeker het betaalde griffierecht van € 184,-- te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.M.J. Kok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, op 15 maart 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
P.H.M. Verdonschot, griffier G.M.J. Kok, voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.