ECLI:NL:RBZWB:2022:1322
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- [voorletters] van Leuven
- Rechtspraak.nl
Beschikking echtscheiding met regeling hoofdverblijfplaats en kinderbijdrage
Partijen zijn gehuwd sinds 27 mei 2016 en hebben gezamenlijk verzocht om echtscheiding wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. Zij hebben een convenant en ouderschapsplan opgesteld waarin afspraken over de verzorging en opvoeding van hun twee minderjarige kinderen zijn vastgelegd.
De minderjarige kinderen zijn in de gelegenheid gesteld hun mening te geven; één kind heeft gesproken met de rechter en aangegeven soms boos te worden, vooral op de moeder, en een time-out te nemen. De rechtbank acht de afspraken in het ouderschapsplan begrijpelijk en in het belang van de kinderen, en gaat ervan uit dat de ouders hiermee rekening zullen houden.
De rechtbank wijst het verzoek toe om de hoofdverblijfplaats van het jongste kind bij de vrouw en van het oudste kind bij de man te plaatsen, omdat dit niet in strijd is met het belang van de kinderen. Tevens wordt een kinderbijdrage vastgesteld waarbij de man een bedrag van €2 per maand per kind aan de vrouw betaalt en €250 per maand per kind op een kindrekening stort.
De beschikking verklaart deze besluiten uitvoerbaar bij voorraad en neemt het convenant en ouderschapsplan als integraal onderdeel van de beschikking op.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken met vaststelling hoofdverblijfplaatsen en kinderbijdrage conform verzoek.