Op 30 mei 2021 mishandelde verdachte het slachtoffer door hem met een vuist in het gezicht te slaan, waarbij een snee in de bovenlip ontstond. De rechtbank achtte niet bewezen dat dit letsel als zwaar lichamelijk letsel kan worden aangemerkt en sprak verdachte daarvan vrij.
Verdachte beriep zich op noodweerexces, maar de rechtbank verwierp dit omdat verdachte de confrontatie bewust had opgezocht en er geen aanwijzingen waren voor een noodweersituatie. Verdachte had onder invloed van alcohol het slachtoffer gedwongen mee te gaan naar een stacaravan waar de mishandeling plaatsvond.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 40 uren met aftrek van voorarrest en vervangende hechtenis van 20 dagen bij niet-naleving. Tevens werd een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 week ten uitvoer gelegd vanwege het overtreden van de proeftijd door het plegen van dit nieuwe strafbare feit.