ECLI:NL:RBZWB:2022:1366
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroepschrift wegens te late indiening door onjuiste adressering
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen uitspraken op bezwaar inzake ingehouden loonheffingen over de jaren 2016 tot en met 2019. De beroepschriften werden ontvangen na de wettelijke termijn van zes weken, maar binnen een week na afloop daarvan. De rechtbank oordeelt dat tijdige indiening bij verzending per post vereist dat het poststuk correct geadresseerd is en daadwerkelijk naar de geadresseerde wordt verzonden.
In deze zaak was het eerste beroepschrift op 8 november 2021 verzonden met een onjuist postbusnummer, waardoor het werd geretourneerd. De nieuwe verzending op 13 november 2021 met het juiste adres vond plaats na de beroepstermijn. Dit betekent dat de verzending op 13 november als een nieuwe, te late verzending moet worden beschouwd.
De rechtbank stelt vast dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, omdat belanghebbende geen omstandigheden heeft aangevoerd die dit rechtvaardigen. Daarom worden de beroepen niet-ontvankelijk verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk wegens te late indiening van het beroepschrift door onjuiste adressering.