ECLI:NL:RBZWB:2022:1375

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 maart 2022
Publicatiedatum
18 maart 2022
Zaaknummer
BRE-20_5821
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep vanwege niet-betaling griffierecht bij naheffingsaanslag

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag en een opgelegde boete, waarvoor griffierecht verschuldigd was. Het beroep werd aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beslissing en stelde dat de adressering onjuist was, waardoor de aanmaning niet was ontvangen.

De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en heropende de procedure, waarbij belanghebbende opnieuw de gelegenheid kreeg het griffierecht te voldoen. De griffier stuurde een aangetekende brief naar het door belanghebbende opgegeven juiste adres, maar deze werd niet afgehaald en ongeopend retour ontvangen. Vervolgens werd een gewone brief met een laatste betalingstermijn gestuurd, maar betaling bleef uit.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep opnieuw niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, zesde lid, Awb. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Bastiaansen en griffier Plasman op 18 maart 2022.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht ondanks herhaalde aanmaningen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 20/5821
uitspraak van 18 maart 2022
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[belanghebbende], gevestigd te [plaats] ,
belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst,
de inspecteur.

1.Motivering

Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de naheffingsaanslag met aanslagnummer [aanslagnummer] .F.014502 en de bij beschikking opgelegde boete. Hiervoor is belanghebbende griffierecht verschuldigd van € 354,00.
Bij uitspraak van 19 november 2020 is het beroep niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet (tijdig) betalen van het griffierecht [1] . Hiertegen heeft belanghebbende verzet gedaan.
Bij uitspraak op verzet van 14 oktober 2021 is het verzet gegrond verklaard en is geoordeeld dat de eerder gedane uitspraak van de rechtbank komt te vervallen en dat het onderzoek dient te worden voortgezet in de stand waarin het zich bevond [2] . Belanghebbende krijgt opnieuw de gelegenheid om het griffierecht te betalen na de toezending van een nieuwe nota op het juiste adres.
Kort gezegd is het verzet gegrond verklaard wegens de stelling van belanghebbende dat de door de inspecteur doorgegeven adressering onjuist bleek te zijn. Belanghebbende heeft in verzet aangegeven wat het juiste adres is. Namelijk, [adres] te ( [postcode] ) [plaats] .
Belanghebbende is opnieuw schriftelijk geïnformeerd over de verschuldigdheid van het griffierecht.
De griffier heeft belanghebbende in een aangetekende brief van 26 november 2021 nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. De brief vermeldt dat niet-ontvankelijkverklaring kan volgen, indien het griffierecht niet binnen vier weken na dagtekening van de brief is overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening. De enveloppe waarin deze brief is verzonden, is ongeopend ter griffie terugontvangen met de aantekening van PostNL “niet afgehaald”. Deze brief is aangetekend verstuurd naar het door belanghebbende opgegeven adres. Daarop is de brief op 23 december 2021 nogmaals naar dat adres gestuurd, nu per gewone post en met een laatste termijn van twee weken.
Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

2.Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 18 maart 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.