ECLI:NL:RBZWB:2022:1378
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht bij aanslag inkomstenbelasting 2018
Belanghebbende heeft bij brief van 20 maart 2021 gereageerd op de uitspraak op bezwaar van de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2018. De inspecteur kwalificeerde deze brief als beroepschrift en stuurde het door naar de rechtbank. De rechtbank wees belanghebbende op de verschuldigdheid van het griffierecht van €49,00, maar ondanks meerdere aanmaningen werd dit griffierecht niet betaald.
De rechtbank ontving het griffierecht niet binnen de gestelde termijn, waardoor het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank merkt op dat het onduidelijk is of belanghebbende met het indienen van de stukken daadwerkelijk de uitspraak op bezwaar wilde aanvechten of slechts een verzoek om ambtshalve vermindering wilde indienen.
Indien het laatste het geval is, dient belanghebbende dit aan de inspecteur kenbaar te maken, zodat de stukken als verzoek kunnen worden behandeld. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier N. Plasman op 18 maart 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.