Op 27 november 2021 werd verdachte betrapt op het vervoeren van ongeveer 1089 gram cocaïne in een personenauto. Tijdens een achtervolging negeerde hij een stopteken van de politie en reed met hoge snelheid, wat resulteerde in een botsing met twee voertuigen waarin meerdere inzittenden, waaronder jonge kinderen, zaten.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opzettelijk de cocaïne vervoerde en door zijn rijgedrag ernstige verkeersregels schond, waardoor levensgevaar en zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was. De medeverdachte werd vrijgesproken van medeplegen omdat onvoldoende bewijs bestond dat deze wetenschap had van de drugs.
Verdachte had een strafblad met eerdere veroordelingen, waaronder een opiumdelict en diefstal met geweld. Ondanks dat de opiumveroordeling buiten de recidivetermijn viel, werd recidive in strafverzwarende zin meegenomen. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 10 maanden op, met aftrek van voorarrest, en een rijontzegging van 6 maanden. Een schadevergoeding van de benadeelde partij werd niet toegewezen wegens onvoldoende onderbouwing en betaling door verzekering.