Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 27 november 2021 werd verdachte als bijrijder in een auto aangetroffen waarin 1089 gram cocaïne lag. De officier van justitie stelde dat verdachte samen met de medeverdachte opzettelijk de drugs vervoerde, maar verdachte ontkende wetenschap van de drugs.
De medeverdachte verklaarde ter zitting dat de drugs van hem waren en dat verdachte hiervan niets wist. De rechtbank vond het dossier onvoldoende om aan te nemen dat verdachte wetenschap had van de drugs. Ook de verklaring over een woningoverval en de aangetroffen tie wraps en harddrugs bij verdachte waren niet overtuigend genoeg.
De rechtbank oordeelde dat het scenario waarbij verdachte onwetend instapte in de auto met drugs mogelijk is en sprak verdachte vrij. De voorlopige hechtenis van verdachte werd reeds op 11 maart 2022 opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wetenschap over de drugs.