ECLI:NL:RBZWB:2022:139
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen terugvordering Tozo-uitkering wegens termijnoverschrijding
Eiser ontving een Tozo-uitkering over de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020. Verweerder besloot op 17 september 2020 tot terugvordering van €4.008,83, waarop eiser op 7 december 2020 bezwaar maakte. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn.
Eiser voerde aan dat de coronapandemie en de gevolgen daarvan, waaronder de tweede lockdown en de stress die dit veroorzaakte, de reden waren voor zijn late bezwaar. Hij gaf aan dat hij druk was met het aanpassen van zijn horecazaken en het opzetten van een nieuw concept.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de situatie begrijpelijk was, deze omstandigheden eiser niet ontsloegen van zijn verantwoordelijkheid om tijdig bezwaar te maken. Verweerder had eiser gewezen op de termijn en de mogelijkheid om bezwaar in te dienen. Eiser had niet aannemelijk gemaakt dat hij gedurende de volledige termijn niet in staat was bezwaar in te dienen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaarschrift wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.