ECLI:NL:RBZWB:2022:140

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
14 januari 2022
Publicatiedatum
14 januari 2022
Zaaknummer
AWB- 21_1642
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen belanghebbende bij aanwijzing parkeerplaatsen als oplaadplaatsen elektrische auto’s

Verweerder heeft op 11 november 2020 twee parkeerplaatsen aangewezen als oplaadplaatsen voor elektrische auto’s nabij de Hervormde Kerk in de gemeente Waalwijk. Eiser, bewoner van de straat nabij deze locatie, maakte bezwaar tegen dit besluit wegens vrees voor overlast en parkeerdruk. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiser geen belanghebbende zou zijn.

Eiser stelde dat hij als bewoner en ondernemer met een praktijk aan huis wel degelijk belanghebbende is, omdat zijn bezoekers gebruikmaken van het parkeerterrein. De rechtbank overwoog dat een verkeersbesluit geen omgevingsrechtelijk besluit is en dat de criteria zoals planologische uitstraling en uitzicht geen rol spelen. Volgens vaste jurisprudentie moet een belanghebbende een persoonlijk, actueel en voldoende onderscheidend belang hebben.

De rechtbank concludeerde dat eiser zich niet voldoende onderscheidt van andere weggebruikers en dat zijn belang onvoldoende bijzonder is. Ook het feit dat bezoekers van zijn praktijk op het parkeerterrein parkeren, rechtvaardigt geen andere beoordeling. Daarom is eiser geen belanghebbende bij het verkeersbesluit en is het beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij geen belanghebbende is bij het verkeersbesluit.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/1642 WET

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 januari 2022 in de zaak tussen

[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser

gemachtigde: [naam gemachtigde eiser] ,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijk,verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 11 november 2020 (primaire besluit) heeft verweerder besloten om de twee meest oostelijk gelegen parkeerplaatsen op het parkeerterrein, dat is gelegen ten noorden van de Hervormde Kerk aan de [straatnaam] [huisnummer 1] - [huisnummer 2] in [plaatsnaam] , aan te wijzen als oplaadplaatsen voor elektrische auto’s door het plaatsen van bord E4 (parkeergelegenheid), met onderbord OB504 en een bord met de tekst “opladen elektrische voertuigen”.
In het besluit van 18 maart 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het beroep is behandeld op de zitting van de rechtbank op 23 december 2021.
Hierbij waren aanwezig eiser, zijn gemachtigde en [naam vertegenwoordiger verweerder 1] en [naam vertegenwoordiger verweerder 2] namens verweerder.

Overwegingen

Feiten:
1. Op 11 november 2020 heeft verweerder de twee parkeerplaatsen aangewezen als oplaadplaatsen voor elektrische auto’s. Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Verweerder stelt dat eiser geen belanghebbende is bij het primaire besluit en heeft zijn bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Geschil:
2. Het gaat in deze procedure om de vraag of verweerder eiser terecht niet als belanghebbende heeft aangemerkt.
Standpunten partijen:
3. Eiser stelt dat hij wel belanghebbende is bij het primaire besluit. Hij is bewoner van de [straatnaam] en kijkt uit op het [naam plein] . Eiser vreest overlast van zijn leefomgeving door een toenemende parkeerdruk en overlast van parkerende auto’s, ondanks de verkeers- en parkeertelling die is gedaan. Ter zitting heeft eiser verder toegelicht dat hij en zijn echtgenote een eigen bedrijf aan huis hebben en bezoekers ontvangen. Eiser heeft een eigen parkeerterrein, maar deze is smal. Bezoekers parkeren dus op het parkeerterrein bij de kerk.
Verweerder stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat eiser vanuit zijn woning geen zicht heeft op de locatie waarop het bestreden besluit ziet. Verder acht verweerder de planologische uitstraling en de milieugevolgen gering. Verweerder acht het niet aannemelijk dat de parkeerdruk en/of parkeeroverlast zodanig toeneemt dat eiser daar gevolgen van enige betekenis van zou ondervinden.
Beoordeling:
4. Ten eerste overweegt de rechtbank dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar uitspraak van 28 juli 2021 heeft overwogen dat een verkeersbesluit geen omgevingsrechtelijk besluit is. [1] Dit maakt dat aan de criteria van bijvoorbeeld planologische uitstraling en (uit)zicht, die bij de heroverweging in bezwaar door verweerder zijn genoemd, geen betekenis toekomt.
De rechtbank stelt vervolgens vast dat een belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb volgens vaste jurisprudentie is te omschrijven als degene met een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit. [2] Tevens is volgens vaste rechtspraak [3] met het stellen van het vereiste van het zijn van belanghebbende een zekere begrenzing beoogd ten aanzien van de mogelijkheid tegen een besluit bezwaar te maken en beroep in te stellen. Het is niet de bedoeling van de wetgever geweest om tegen een verkeersbesluit beroep open te stellen voor een ieder. Bij verkeersbesluiten dient dan ook van geval tot geval te worden onderzocht wiens belangen rechtstreeks bij een dergelijk besluit zijn betrokken. Verder is eerder overwogen [4] dat een persoon slechts als belanghebbende bij een verkeersbesluit wordt aangemerkt, indien hij een bijzonder, individueel belang heeft bij dat besluit, welk belang zich in voldoende mate onderscheidt van de andere weggebruikers.
De rechtbank is van oordeel dat eiser niet als belanghebbende bij het verkeersbesluit kan worden aangemerkt. Eiser wordt niet
meerof in het
bijzondergeraakt door het verkeersbesluit dan andere weggebruikers, zodat hij zich onvoldoende van die andere weggebruikers onderscheidt. Ook de stelling dat eiser en zijn echtgenote een eigen praktijk aan huis hebben, die te klein is om (alle) klanten te laten parkeren waardoor deze gebruik moeten maken van (nu minder) parkeerruimte in de buurt, is onvoldoende om een bijzonder, individueel belang bij het onderhavige verkeersbesluit aan te nemen.
Conclusie:
5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de bezwaren van eiser terecht nietontvankelijk heeft verklaard, omdat eiser geen belanghebbende is bij het verkeersbesluit. Het beroep van eiser dient dan ook ongegrond te worden verklaard. Aan een beoordeling van de inhoudelijke kant van de zaak komt de rechtbank daarom niet toe.
Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 14 januari 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.