ECLI:NL:RBZWB:2022:1400
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep WIA-uitkering
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om geen WIA-uitkering toe te kennen per 25 januari 2021. Na bezwaar wijzigde het UWV het besluit en kende alsnog de uitkering toe, waarna verzoeker het beroep introk met een verzoek tot proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting uitspraak gedaan over het verzoek om proceskostenveroordeling. Omdat het UWV geheel aan het beroep tegemoet is gekomen, heeft de rechtbank het verzoek van verzoeker als kennelijk gegrond beoordeeld.
De proceskosten voor de beroepsfase zijn vastgesteld op € 759,-, gebaseerd op de waarde van een punt voor rechtsbijstand. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het griffierecht van € 49,- door het UWV moet worden vergoed aan verzoeker.
De rechtbank veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 759,-. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 18 maart 2022.
Uitkomst: Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 759,-.