ECLI:NL:RBZWB:2022:1411
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na toekenning aanvullende beurs
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker bezwaar gemaakt tegen het niet toekennen van een aanvullende beurs voor het studiejaar 2021. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft dit bezwaar ongegrond verklaard in het bestreden besluit van 15 juli 2021. Vervolgens heeft verzoeker beroep ingesteld tegen dit besluit.
Tijdens de procedure heeft de minister alsnog een aanvullende beurs toegekend aan verzoeker voor het betreffende tijdvak. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op dit verzoek.
De minister heeft aangegeven dat er geen proceskosten zijn die voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank overweegt dat hoewel de minister tegemoet is gekomen aan het beroep, er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling omdat verzoeker niet beroepsmatig rechtsbijstand verleende en er geen proceskosten zijn vastgesteld volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Wel wijst de rechtbank erop dat de minister verplicht is het griffierecht te vergoeden.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af en maakt deze uitspraak zonder zitting bekend op 18 maart 2022.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen ondanks toekenning van de aanvullende beurs.