ECLI:NL:RBZWB:2022:1411

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 maart 2022
Publicatiedatum
21 maart 2022
Zaaknummer
AWB- 21_3509
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na toekenning aanvullende beurs

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker bezwaar gemaakt tegen het niet toekennen van een aanvullende beurs voor het studiejaar 2021. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft dit bezwaar ongegrond verklaard in het bestreden besluit van 15 juli 2021. Vervolgens heeft verzoeker beroep ingesteld tegen dit besluit.

Tijdens de procedure heeft de minister alsnog een aanvullende beurs toegekend aan verzoeker voor het betreffende tijdvak. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op dit verzoek.

De minister heeft aangegeven dat er geen proceskosten zijn die voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank overweegt dat hoewel de minister tegemoet is gekomen aan het beroep, er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling omdat verzoeker niet beroepsmatig rechtsbijstand verleende en er geen proceskosten zijn vastgesteld volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Wel wijst de rechtbank erop dat de minister verplicht is het griffierecht te vergoeden.

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af en maakt deze uitspraak zonder zitting bekend op 18 maart 2022.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen ondanks toekenning van de aanvullende beurs.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/3509

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2022 in de zaak tussen

[naam verzoeker] , uit [plaatsnaam] , verzoeker

en

de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 15 juli 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het niet toekennen van een aanvullende beurs voor het tijdvak 2021 ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Bij bericht van 18 oktober 2021 heeft verweerder aan eiser alsnog een aanvullende beurs voor het tijdvak 2021 toegekend.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat er geen proceskosten zijn die voor vergoeding in aanmerking komen.

Overwegingen

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker.
Verweerder is weliswaar tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker, maar toch bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroepschrift is niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en ook verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van Pro het Bpb.
De rechtbank wijst erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht te vergoeden. Verzoeker zal zich hiervoor dan ook tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 18 maart 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.