ECLI:NL:RBZWB:2022:1412
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens niet tijdig besluit WIA-uitkering
Verzoekster diende op 22 oktober 2021 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar WIA-uitkeringsaanvraag van 23 maart 2020. Op 11 november 2021 nam verweerder alsnog een besluit. Hierop trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder tegemoet was gekomen aan het beroep, waardoor het verzoek tot proceskostenvergoeding gegrond was. Gelet op jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep werd het gewicht van de zaak als licht beschouwd.
De proceskosten werden vastgesteld op €379,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarnaast wees de rechtbank erop dat verweerder verplicht is het griffierecht van €49,- te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 18 maart 2022.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster ten bedrage van €379,50.