ECLI:NL:RBZWB:2022:1423
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep Ziektewet-uitkering
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen de stopzetting van haar Ziektewet-uitkering per 24 november 2020, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Verzoekster stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de procedure diende zij buiten de procedure om een herzieningsverzoek in, waarop de Ziektewet-uitkering werd hervat vanaf 24 november 2020.
Naar aanleiding van de hervatting van de uitkering trok verzoekster haar beroep in en verzocht zij om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat de hervatting van de uitkering niet het gevolg was van het beroep zelf, maar van het herzieningsverzoek, en dat er geen sprake was van een tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a Awb.
Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk ongegrond af. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op 22 maart 2022.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat de hervatting van de uitkering niet voortkomt uit het beroep.