ECLI:NL:RBZWB:2022:1429
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens gewijzigde WIA-uitkering
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin aan haar werkneemster een loongerelateerde WGA-uitkering werd toegekend. Na bezwaar wijzigde UWV het besluit en erkende dat de werkneemster volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, waardoor zij recht heeft op een IVA-uitkering. Hierdoor werd de WIA-uitkering niet meegenomen in de berekening van de WGA-premie van verzoekster.
Naar aanleiding van deze wijziging heeft verzoekster haar beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank beoordeelde het verzoek op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting en stelde vast dat UWV aan het beroep tegemoet is gekomen. De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding toe voor de beroepsfase, waarbij een bedrag van € 759,- werd vastgesteld voor de rechtsbijstand.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 354,- door UWV vergoed moet worden op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb. De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 22 maart 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt veroordeeld tot vergoeding van € 759,- aan proceskosten na intrekking van het beroep.