Eiser, die onder meerderjarigenbewind is gesteld wegens zijn geestelijke toestand, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van bewindvoering over de periode van 10 oktober 2019 tot en met 26 februari 2020. Werkplein wees de aanvraag af omdat eiser niet voldoende schriftelijke, objectiveerbare bewijsstukken had overgelegd omtrent zijn woon- en verblijfplaats en de wijze waarop hij in zijn levensonderhoud voorzag.
Eiser voerde aan dat hij dakloos was en leefde van hulp van familie en vrienden, en dat hij erop mocht vertrouwen dat hij bijzondere bijstand zou ontvangen omdat hij zich met toestemming van de gemeente had ingeschreven op een briefadres. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende controleerbare gegevens had verstrekt en dat het enkele feit van inschrijving op een briefadres niet tot gerechtvaardigde verwachtingen leidt dat bijzondere bijstand zou worden toegekend.
De rechtbank benadrukte dat op de aanvrager de bewijslast rust om aan te tonen dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeert en dat hij aan zijn inlichtingen- en medewerkingsplicht moet voldoen. Omdat eiser hier niet aan voldeed, werd het beroep ongegrond verklaard.