ECLI:NL:RBZWB:2022:1478
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen intrekking WIA-uitkering na praktische schatting verdiencapaciteit
Eiser, een 61-jarige voormalig renovatiemedewerker/tegelzetter, ontving sinds 2012 een WIA-uitkering. Na herbeoordeling door het UWV werd zijn arbeidsongeschiktheid in eerste instantie op minder dan 35% gesteld, wat leidde tot intrekking van zijn uitkering vanaf 15 oktober 2019. Na bezwaar werd dit teruggedraaid en zijn uitkering hervat op basis van een theoretische schatting van 42,85% arbeidsongeschiktheid.
De voormalige werkgever van eiser stelde beroep in tegen deze beslissing, waarna het UWV een nieuw besluit nam waarin de uitkering alsnog werd ingetrokken per 9 september 2020, gebaseerd op een praktische schatting van zijn verdiencapaciteit als servicemonteur bij een ander bedrijf. De rechtbank oordeelde dat deze praktische schatting terecht was, omdat de werkzaamheden passend en duurzaam waren en eiser geen concrete bezwaren had geformuleerd tegen het bestreden besluit.
Eiser verscheen niet bij de zitting en leverde onvoldoende onderbouwing voor zijn standpunten. De rechtbank concludeerde dat het UWV voldoende onderzoek had verricht en dat het besluit aan de rechterlijke toets kon voldoen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.