Eiser, een 44-jarige voormalige taxichauffeur, diende beroep in tegen het UWV-bestreden besluit waarin hem een loongerelateerde WGA-uitkering werd toegekend vanaf 5 juni 2020. Het primaire besluit had deze uitkering geweigerd omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar kende het UWV alsnog de uitkering toe.
De rechtbank beoordeelde of het UWV-onderzoek, bestaande uit medisch en arbeidskundig onderzoek, voldoende zorgvuldig was uitgevoerd en of eisers beperkingen juist waren ingeschat. Het medisch onderzoek bestond uit een spreekuurbeoordeling en een telefonische hoorzitting, waarbij rekening werd gehouden met psychische klachten en beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren. De arbeidsdeskundigen bepaalden de mate van arbeidsongeschiktheid op basis van geschikte functies.
De rechtbank oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van eiser niet waren onderschat. De stellingen van eiser over onvoldoende onderbouwing van urenbeperking, concentratieproblemen en conflicthantering werden verworpen. De subjectieve klachtenbeleving is niet beslissend; alleen objectief vastgestelde beperkingen tellen mee.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Govaers op 30 maart 2022.