Verzoeker kreeg op 8 april 2021 een besluit opgelegd om mee te werken aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid en werd zijn rijbewijs geschorst. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd op 4 augustus 2021 ongegrond verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in tegen dit bestreden besluit.
Op 18 oktober 2021 trok verweerder het bestreden besluit in, waarna verzoeker het beroep introk en vergoeding van proceskosten en de kosten van het medisch onderzoek vorderde. De rechtbank oordeelde dat verweerder aan het beroep tegemoet was gekomen en dat verzoeker daarom recht had op vergoeding van de proceskosten voor de beroepsfase.
Daarnaast werd het verzoek om vergoeding van de kosten van het psychiatrisch medisch onderzoek toegewezen, omdat deze kosten verband hielden met het onrechtmatige besluit dat door verweerder was ingetrokken. De rechtbank wees erop dat het griffierecht door verweerder moet worden vergoed op grond van de Awb.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van in totaal € 1.254,53, bestaande uit € 759,- aan proceskosten en € 495,53 aan medische kosten.